Blog 28 november 2018

Over paarden en geveltoptekens..

 

Al een aantal jaar smaakt mij het genoegen het oosten van het land te kennen en nog verder te leren kennen. Je ziet hier allerlei zaken die de binding met het voorchristelijke belichamen. Geveltoptekens op boerderijen en schuren zijn hier een voorbeeld van. Hieronder ziet u mijn droomhuis. Vorig jaar verhuisd zijnde uit het almaar voller rakende Den Haag naar Zwolle, kan ik nu al genieten van de rust en ruimte die hier zijn, maar men moet een droom in het verschiet houden. Daarbuiten heb ik weer eens ervaren dat het goed is eens in de 10 of 15 jaar van woonplaats te veranderen.

 

Terug naar onderstaand droomhuis. Het ligt wat afgelegen, bij Nutter in het Twentse Dinkelland in het typische essen/coulissenlandschap van deze streken. De houten dakbelijsting wordt opgeluisterd door een zogeheten geveltopteken, met twee gekruiste paarden.

Paardenkopgevelteken

Het paardenkopmotief is een zeer oud motief. De oudste paardenkoppen welke bewaard zijn gebleven - uit een vondst uit een put van de walburcht Altenberg in Hessen-Nassau - stammen uit de laatste eeuw voor Christus en worden als Germaans geduid. De oorsprong van de houten paardekoppen als gevelversiering is enigszins in het duister, zoals verderop zal blijken. Er wordt wel gesteld dat deze hun oorsprong hebben in de paardenschedels op stangen. In het Duits worden deze 'Neidstangen' bekend en duiken al op in oud-Noorse teksten. De paardenkoppen constructie heeft een onheilafwerende functie en wordt in deze teksten 'nidhstaong' genoemd: verscheidene hoofdfiguren uit saga's proberen met deze stang tegenstanders te verdrijven.

 

Nog in de jaren zeventig van de twintigste eeuw wordt gewag gemaakt dat in Sleeswijk-Holstein het volksgeloof is, een paardenschedel aan het huis en bewoners geluk en voorspoed brengt. In verschilllende Duitse gebieden is bekend dat paardenschedels boven de staldeuren aangebracht worden om zo de aanwezige paarden voor onheil en ziekte te beschermen. Hoe je hier als mens over zou denken, als een mensenschedel op deze wijze dienst zou doen, is een goede tweede, maar aangezien een paard een grotere kop heeft dient men het denken maar daar aan over te laten.

De paardeschedel was ook in Polen goed in gebruik; boven de ingangsdeur beschermde hij tegen de pest.

 

In Noordoost-Twente bleven de paardenkoppen het langst in gebruik als gevelteken, in het bijzonder ten oosten van Tubbergen en ten noorden van Losser. Het paard was voor de Twenste boer een onafscheidelijk symbool, waar in feite zijn hele bestaan van af hing. In het Holtsteinse dorp Jevenstedt waren in 1875 nog vijf huizen met paardenkoppen aanwezig, waarvan de een 'Hengst' heette en de andere 'Hors'. Associaties met de namen van de Saksische veroveraars van Engeland zijn in dit verband wel gelegd.

 

Nachtmare

 

De paardekoppen boven de inrijdeuren van de deel in Oost-Nederland worden ook wel in verband gebracht met de nachtmare (verbasterd tot nachtmerrie). Voorgesteld als plagende geest, zette deze zich op de lichamen van slapende inwoners van het huis, en belemmerde zo hun adem. De nachtmare waarde rond in de gedaante van een vrouw - tegenwoordig zou dit uiteraard tot verhitte debatten leiden, maar vroeger was de wereld overzichtelijk. De heks was een vrouw, de nachtmare dus ook. De nachtmare was nog meer belust op paarden en deze waren dan 's morgens vroeg dan ook dodelijk vermoeid door deze ongenode berijdster. Oorspronkelijk zou de nachtmare een lucht-elf zijn. Maretakken en - daar zijn ze weer - gekruiste paardenkoppen dienden om dit onheil af te wenden. Ook het tegen de staldeur gespijkerde hoefijzer zou eenzelfde doel hebben. Het kruiselings zout strooien voor het bed zou ook uitkomst bieden - zie de link met de gekruisde paardenkoppen.

 

Bliksem en donderbezems

 

In Noord-Duitsland en Westfalen geloofde men in de bliksemafwerende krachten van gekruiste paardenkoppen op het boerenhuis. Naast paardenkoppen getuige de donderbezem geveltekens van dit volksgeloof. Tot na de Tweede wereldoorlog leefden er volksvertellers, die overgeleverde verhalen over 'de Wilde Jacht' 'an 'n heerd' vertelden, waarbij het paard een rol als vernietigende kracht speelt, welke ook een boerenhuis kan treffen. Door zijn eigen beeltenis aan het huis kon het wilde ros afgeschrikt worden.

 

Problematisch

 

Bij het ontstaan van de paardenkoppen, zo men wil: beeldtaal, blijft problematisch te weten te komen hoe sterk constructieve, onopzettelijke factoren in het spel geweest zijn, en in hoeverre bepaalde elementen symbolisch bedoeld waren. Sommigen zien in de wigvormige uiteinden van nokbalkdragers aan prehistorische Westeuropese huisvormen het elementaire beginstadium van het paardenkop-motief. Tegen het boze oog beveiligde men zich door wijs- en middelvinger V-vormig omhoog te steken, als afweermiddel.

 

Hoe het ook zij, dit soort geveltoptekens blijven, ook nu nog, zichtbaar, tot de verbeelding spreken. Zelfs, als men er, zoals ondergetekende, tot voor kort, er niets van in het bijzonder wist.

 

 

 

Meer lezen?

 

Jans, J. en Jans, E. Gevel - en stiepeltekens in Oost-Nederland (1977).